Skip to main content

‘Zolang het er nou eenmaal is, kunnen we er maar beter een open gesprek met elkaar aangaan’

‘Ik heb in mijn werk veel verslavingen gezien. Dit begon toen ik als straatpsychiater aan het werk ging, maar zette zich door op het moment dat ik met patiënten ging werken in onder andere een FPK-kliniek (forensisch psychiatrische kliniek) en een psychiatrische afdeling waar cliënten permanent wonen. Ik vond verslaving eerlijk gezegd altijd heel erg spannend en onvoorspelbaar. Ik wist mij geen houding te geven bij verslaafde cliënten en was er allesbehalve thuis in. Dit is dan ook de reden dat ik een jaar geleden begonnen ben aan de opleiding Verslavingspsychiatrie.’ Sinds enkele weken is van der Hoeven werkzaam als kinder- jeugdpsychiater. ‘Ik vind het opvallend wat voor grote rol verslavingen ook hier spelen.’

Over wat voor verslavingen spreken we dan?

‘Wanneer ik naar specifiek naar de kinder- jeugdpsychiatrie kijk, spelen voornamelijk verslavingen aan blowen of aan alcohol een grote rol. In de FPK-kliniek ging het veel meer over drugs als cocaïne en MDMA. Maar ervaring heeft mij ook geleerd, dat verslaving uiteindelijk bijna altijd leidt tot een pakken-wat-je-pakken-kan mentaliteit. Het gaat snel van kwaad tot erger. Daarnaast zijn veel cliënten verslaafd aan bijvoorbeeld kalmeringsmiddelen. Een verslaving waar de psychiatrie in ons land schuldig aan is.’

Ook al is van der Hoeven relatief kort werkzaam in de jeugd- en kinderpsychiatrie, valt het haar wel op hoe vaak er ook aan deze groep medicatie wordt voorgeschreven. ‘Ik sta soms versteld van de voorschriften die deze jonge mensen krijgen. Als je deze patiënten al zo veel geeft, zijn ze per definitie al snel verslaafd.’

Het is bekend dat deze medicijnen verslavend werken. Waarom worden ze dan alsnog voorgeschreven?

Deze benzodiazepinen worden dan ook met enige regelmaat voorgeschreven aan patiënten. Diazepam, lorazepam en oxazepam zijn hier de bekendste voorbeelden van. En ergens begrijp ik het ook wel. Als het om kinderen of jongvolwassenen met persoonlijkheidsproblematiek gaat, is er vaak sprake van veel wanhoop. Deze wanhoop kan dan tijdelijk verholpen worden door het voorschrijven van deze medicijnen. En wat is de schade van het idee dat iemand zo nodig, een pilletje kan nemen die de klachten van de patiënt dragelijk maakt?’ 


Toch gaat het nog te vaak mis op het gebied van benzodiazepinen, zo legt van der Hoeven uit. ‘Het wordt al snel vaak en met dagelijkse regelmaat ingenomen. Dit is vaak in tijden van crisis en wanneer de openingstijden van de reguliere geestelijke gezondheidszorg over zijn. Een collega is dan niet in staat om directe hulp te bieden, waardoor er al gauw naar de benzodiazepinen wordt gegrepen. Dit stapelt zich vervolgens op, een patiënt raakt er namelijk ook verslaafd aan en afhankelijk van.’

Denk je dat de lange wachtlijsten in de ggz ervoor zorgen dat er sneller gekozen wordt om medicijnen voor te schrijven?

‘Ik denk niet dat dit een bewuste keuze is om de wachtlijsten in te perken. Maar we moeten niet vergeten dat medicatie wel een soort van quick fix is. Als er onrust is, dat met spoed gedempt moet worden, kost therapie gewoon te veel tijd. En ja, daarnaast zijn de wachttijden ook gewoon onmenselijk lang. De mensen waarmee het dan ook heel erg moeilijk gaat, moeten dan toch geholpen worden. Als dit niet mogelijk is door in therapievorm door de lange wachttijden, wordt er automatisch gekeken naar de voordelen van medicatie.’

Hebben jouw ervaringen op de werkvloer jouw visie op en mening over drugs beïnvloed?

‘Ja dat zeker, ik zie op een regelmatige basis hoe verschrikkelijk slecht het kan uitpakken. Hierdoor ben ik denk ik als moeder ook wel wat strenger en voorzichtiger. Mijn kinderen groeien dan ook op in een tijd waarin ze er veel mee geconfronteerd worden, waar ik het af en toe wel moeilijk mee heb. Ik ben tegen het gebruik van drugs, waardoor ik met mijn kinderen ook niet veel gesprekken hier over heb. Ik denk dat dit komt omdat zij weten dat ik een sterke mening over het onderwerp heb. Mijn kinderen zeggen dan ook wel tegen mij dat ik een vertekend beeld van de realiteit heb. Ik zie op mijn werk alleen de verschrikkelijke dingen en de dingen die fout gaan, waardoor de positieve kanten van drugs volledig worden vergeten. Ik heb dan wellicht wel een vertekend beeld, maar het is wel het beeld dat ik heb. 

Als je kijkt naar bijvoorbeeld het Nederlandse drugsbeleid, denk je dat er dan iets zou moeten veranderen?

‘Ik weet niet of we per se iets moeten veranderen aan het drugsbeleid zelf. Wel denk ik dat we er meer open over moeten zijn, al had ik daar zelf eigenlijk altijd wel moeite mee. Ik vond het dan ook eigenlijk heel lastig om dit interview te geven. Toen ik gevraagd werd om mijn verhaal te doen, nam ik uiteraard een kijkje op de website. Ik las hierover de openheid over drugs en dit was eigenlijk iets wat ik heel lang heb tegen gehouden. Ik vond de eerlijke dialoog over drugs, leiden tot normalisatie. In mijn ogen zou dit negatieve gevolgen hebben op onze samenleving en zou het gebruik van drugs hierdoor alleen maar stijgen. Maar je houdt het tegenwoordig niet meer tegen, want het is al normaal. Ik kan dan wel mijn ogen sluiten en doen alsof het er niet is, maar dat werkt natuurlijk niet. Het is er, in alle lagen van de samenleving en in alle leeftijdscategorieën. En zolang het er nou eenmaal is, kunnen we er maar beter een open gesprek met elkaar aangaan.’