Skip to main content

Wat hebben Andy Warhol, Liza Minelli en Michael Jackson met elkaar gemeen, behalve dat ze een ongekende celebritystatus hadden in de seventies? Juist: ze waren allemaal fervente bezoekers van de exclusieve nachtclub Studio 54 in Manhattan. In 1977 openden de deuren van de club, en daarmee een nieuwe era in het Amerikaanse nachtleven – een wereld vol sterren, disco, seks en vooral héél veel drugs.

Tekst: Isa Davids

Brooklyn boys 

In de jaren zeventig deden zich grote veranderingen in de maatschappij voor. De Vietnamoorlog was voorbij, een groot deel van dit decennium stond nog in het teken van de seksuele revolutie, begonnen in jaren zestig, en er ontstond een steeds prominentere gayscene in New York. De jaren zeventig luidden ook het begin van een nieuw tijdperk in dat werd gekenmerkt door één muziekgenre: disco. Clubs schoten als paddestoelen uit de grond, het was de tijd van het echte Saturday Night Fever. Steve Rubell en Ian Schrager, twee vrienden die elkaar kenden van de universiteit, raakten hevig geïnspireerd door deze zeitgeist en de discoclubscene. Ze kwamen allebei uit Brooklyn en hadden een Joodse afkomst, en ze kenden New York door en door. Het duo opende een club in de wijk Queens, genaamd Enchanted Garden. De club was een succes en trok elk weekend tweeduizend bezoekers (volgens The New York Times van december 1976), voornamelijk uit de buurt. Het chique volk uit Manhattan (ook wel ‘islanders’ genoemd) kwam echter niet, die bleven veelal in hun eigen wijk.

 

Schrager en Rubell besloten daarop hun grenzen te verleggen en op het eiland (Manhattan) te zoeken naar een locatie voor een nachtclub. Al snel vonden ze een oud theater. De ruimte zou worden omgetoverd tot een dansvloer van ongekende proporties. Twee architecten (Scott Bromley and Ron Dowd) werden ingevlogen om iets te creëren wat nog nooit eerder gezien was en ondertussen bouwden Schrager en Rubell verder aan het concept: deze club was niet gemaakt voor bridge-and-tunnel people, waarmee de mensen buiten Manhattan werden bedoeld. Integendeel. Het zou een exclusieve tent worden, voor de elite van New York. Andy Warhol kreeg zijn eigen mailinglist. Een groep gays werd gemobiliseerd om de club te promoten. De op handen zijnde opening van Studio 54 ging als een lopend vuurtje; daar móést je bij zijn. Alleen de pers was sceptisch.

 

De cynische houding van de media zou al snel veranderen en wel met de opening van de club in 1977. Muzieklegendes als Cher, toen in her heydays, stonden op de stoep, maar ook ras-New Yorkers als Donald en Ivana Trump. Het was één groot feest, daar was het hele concept op gebaseerd. Als gast waande je je in een magische dimensie die niet voor iedereen bedoeld was. Studio 54 was de eerste club die werkte met een deurbeleid. Volgens ex-bezoekers leek dat beleid meer op de strenge selectie bij een castingbureau.

Als je niet in de smaak viel, of er liep al een type als jij, dan werd je simpelweg geweigerd. De club werkte als een narcotic, het was een soort verslaving. Dat kwam vooral vanwege de extravaganza waarmee de avonden werden georganiseerd. Vooral de thema-avonden waren berucht, omdat de producties zo gigantisch waren. Voor een verjaardag van Dolly Parton bijvoorbeeld werd de hele club omgetoverd tot een boerderij, inclusief de dieren.

Goodies 

Niet alleen de muziek maakte Studio 54 speciaal, ook het gebrek aan conventies en regels maakten de plek uniek. Drugs werden niet gedoogd, maar gewoon geaccepteerd. Co-eigenaar Steve Rubell was altijd aan de bar te vinden waar hij een cola dronk met quaaludes, een slaap/kalmeringsmiddel dat onder andere bekend is geworden van de film The Wolf of Wall Street, waar het als verdovende drug wordt gebruikt. (Inmiddels is deze drug in opspraak geraakt vanwege het feit dat Bill Cosby dit middel gebruikte om zijn slachtoffers mee te drogeren om ze vervolgens te verkrachten.) In Studio 54 was dit sedatiemiddel echter niet de meest populaire drug – nee, de publieksfavoriet binnen de exclusieve nachtclub was cocaïne.

De barmannen kregen regelmatig een gram coke als fooi

Coke was cool, iedereen in de club deed het, zelfs de celebrity’s die vaak deden alsof hun neus bloedde tegenover het grote publiek. Het was misschien wel een van de meest gebruikte zinnen binnen de club: ‘Hey, you got some coke?’ Geld was geen issue in Studio 54. Soms werd een briefje van honderd dollar gebruikt om op te rollen en een lijntje mee te nemen, dat vervolgens gewoon werd weggegooid. In de club heerste de gedachte dat coke niet verslavend zou zijn, en dat het je alleen maar slim en sexy zou laten lijken. Het werd volledig geaccepteerd. De barmannen kregen regelmatig een gram coke als fooi. Die gram legden ze dan op een stapel en tegen het einde van de avond verdeelden ze de winst. Met deze stimulans werd het makkelijk om nachten door te feesten en dat gebeurde dan ook. Een ex-bezoeker beschreef het moment van naar buiten lopen na een wilde nacht in Studio 54 als vergelijkbaar met een vampier die in het licht stapt. 

 

Ook openlijke seks was geen taboe in de nachtclub. Door de high van de muziek en drugs, was seks bijna onvermijdelijk, volgens ex-bezoekers. Het balkon, dat uitkeek op de imposante danszaal, was ingericht met rubberen banken. Dit was geen esthetische, maar vooral een praktische keuze, omdat het makkelijk schoon te houden was. Na een gemiddelde avond in Studio 54 was zo’n poetsbeurt dan ook hard nodig, omdat openbare seks meer norm dan uitzondering was. Achter de luidsprekers, of in het kantoor van eigenaren Rubell en Schrager, waren ook populaire plekken voor een verzetje. Seks was overal; Rubell organiseerde zelfs een heuse ejucaluatiecontest voor zijn team van barmannen. Wie het verst kon komen, won een trip naar Barbados. Deze wedstrijdjes vonden niet plaats in de danszaal, maar werden discreet gehouden in de kelder van het pand. Dit was overigens niet het enige wat heimelijk verscholen was.

Creatief boekhouden 

Studio 54 was zo’n ontzettend succes, dat op een gemiddelde zaterdag halverwege de avond de kassalades niet meer dicht konden door alle cash die uit de lades bulkte. De kassa werd vervolgens geleegd, maar het geld verdween niet altijd in de kluis. In plaats daarvan nam Rubell ’s avonds een dikke jas propvol dollars mee naar huis. Bij de buurman begon een belletje te rinkelen toen hij de co-eigenaar tijdens een New Yorkse zomer nog steeds in die dikke winterjas zag verschijnen. Toch waren de twee maten uit Brooklyn geen groentjes, elke avond verstopten ze de tape waar het legen van de kassalade na de eerste helft van de avond te zien was. Ze deden hun best om het afgeroomde geld zo goed mogelijk te verstoppen, maar het was dweilen met de kraan open. Het hielp ook niet echt dat ze een aangifte van achtduizend dollar hadden gedaan bij de belasting, in vergelijking met de aardige drie miljoen die ze daadwerkelijk in een jaar aan omzet hadden gedraaid. 

Toen de Feds hoogte kregen van het feit dat er iets niet pluis was met de aangifte van de decadente discotent, veranderde een onderzoek naar belastingontduiking in een ware heksenjacht. Dit mondde uit in een waar schandaal, waarbij er in 1979 een artikel werd gepubliceerd over Hamilton Jordan, een van de belangrijkste adviseurs en strateeg van president Jimmy Carter, waarin werd verteld dat hij cocaïne had gesnoven in een populaire nachtclub in New York. De naam raad je vast: Studio 54. 

 

Deze tijd was ook het begin van Ronald Reagans verkiezingscampagne, waarbij hij ‘The War on Drugs’ introduceerde bij het Amerikaanse volk. Een schandaal als dit kon Carter er echt niet bij hebben. Het verhaal werd in de doofpot gestopt en de beschuldigingen werden ingetrokken. Het was indrukwekkend hoe lang de pers Schrager en Rubell de hand boven het hoofd had gehouden, het leek bijna alsof ze partij kozen. Toch was het kwaad al geschied. Niet veel later deed de IRS (de Amerikaans belastingdienst) een inval bij de nachtclub, en dit leidde tot een openbare confessie van Schrager en Rubell waarbij onder andere belastingontduiking werd opgebiecht. Voordat ze beiden een straf van vier jaar moesten uitzitten, besloten de Brooklyn boys nog een laatste feest te geven, volledig in de stijl van Studio 54. De avond werd thematisch afgesloten met het lied My Way, van Frank Sinatra. Het schijnt dat Diana Ross die avond een schoen verloor. 

Leave a Reply