Skip to main content

‘Vanuit de RoXY-tijd ken ik genoeg mensen die het bedrijfsleven in zijn gegaan en nog steeds zonder problemen gebruiken’

‘Mijn moeder zei altijd: ‘als je drugs wilt gebruiken kan dat, maar lieg er niet over’. Ik groeide voor een groot deel op in Amerika. Bij terugkeer in Amsterdam was het de tijd van de RoXY en de iT. Daar werd weinig gedronken, maar des te meer XTC gebruikt. Ik vond mezelf een leuker persoon op de pillen dan op de alcohol. Mijn ouders hadden er ook nooit problemen mee. Ik leerde ontzettend veel creatieve mensen kennen, die geweldig konden feesten en een bijzondere verbinding voelden op zo’n avond. 

De horrorverhalen die je vaak hoort over eerst drinken, dan pillen slikken, dan heroïne spuiten en dan ga je dood – die horrorverhalen heb ik nooit meegemaakt. Ik heb alleen maar mensen gezien die creatief waren, deden wat ze leuk vonden en nog steeds de volgende week konden werken. Zelf plande ik mijn eigen drugsgebruik altijd zorgvuldig. Toen ik op de mode-academie zat, gebruikte ik bijvoorbeeld nooit tijdens het maken van de collectie. In de tijd dat ik ook sporttrainer was, zorgde ik dat ik alleen gebruikte als ik geen lessen hoefde te geven die week. Het was altijd erg gecontroleerd, ik heb me nooit verloren in mijn drugsgebruik.

Ik vind het belangrijk dat het fabeltje van de ‘gateway drugs’ wordt ontkracht – alsof drugs een soort hellend vlak zijn waarbij je, eenmaal begonnen, altijd eindigt als een tandeloze crackverslaafde. Vanuit de RoXY-tijd ken ik genoeg mensen die het bedrijfsleven in zijn gegaan en nog steeds zonder problemen gebruiken. Omdat ze precies weten wat ze wel en niet kunnen nemen.

Drugs zijn voor mij belangrijk. De modewereld is erg op uiterlijk gefixeerd. Op de XTC kan ik dat helemaal loslaten, bij mezelf en bij anderen. Af en toe een pilletje maakt me vrijer, menselijker.’