Skip to main content

‘Drugs is niet alleen de cocaïne van de straat, maar ook het wijntje op het terras’

‘Drugsgebruik is in mijn omgeving niet meer dan normaal. Waar normaal gesproken iemands ouders een wijntje drinken tijdens het avondeten, blowt mijn moeder een joint. Zij heeft mij al vroeg mee gegeven dat eerlijkheid en openheid belangrijk zijn. Ze vertelde mij dan ook regelmatig over haar ervaringen met drugs.

De eerste keer dat ik drugs deed, zat ik nog op de middelbare school. Ik werd door een jongen waarmee ik ooit muziek had gemaakt gebeld. Hij vroeg mij of ik interesse had in het kopen van drugs. Een schoolvriend en ik besloten MDMA te kopen. Die jongen kwam met zwetende handjes het zakje vol kristallen brengen; het was zijn eerste drugsdeal ooit. Naarmate ik ouder werd, raakte ik meer in contact met psychedelica. Ik kreeg ooit op een feestje een zegel met LSD van iemand, waarna ik het maanden in mijn portemonnee heb bewaard. Toen ik het uiteindelijk nam, raakte ik in een erg depressieve trip terecht. Ik haalde tijdens mijn trip veel onderwerpen die heel gevoelig waren voor mij naar boven, maar ik stond ook open voor de gedachte waaróm dit gebeurde. Dat was het moment waarop ik besefte dat psychedelica gebruiken eigenlijk een vorm van therapie met jezelf is. Het voelde echt als een heel intense sessie, waarin je zowel de patiënt als de psycholoog bent. 

Ik denk dat het belangrijk is dat we als land opnieuw naar ons drugsbeleid gaan kijken. Dat is nu gebaseerd op onwetendheid en angst. Maar als we kritischer naar onszelf gaan kijken als maatschappij, beseffen we wellicht dat drugs overal zijn. Het is niet alleen de cocaïne van de straat, maar ook de koffie bij de krant in de ochtend of het wijntje op het terras. Het gaat er maar net om wat wij met z’n allen genormaliseerd hebben.’