Skip to main content

‘Als ik naar huis liep wreef ik een beetje gras over mijn handen of pelde ik een mandarijntje om de geur te maskeren. Zo’n stiekeme hobby biedt toch ruimte voor creativiteit’

‘Op mijn 15e begon ik met wiet roken, mijn ouders stonden natuurlijk aan de zijlijn mij toe te juichen. Oftewel: ze wisten van niks. Als ik naar huis liep wreef ik een beetje gras over mijn handen of pelde ik een mandarijntje om de geur te maskeren. Zo’n stiekeme hobby biedt toch ruimte voor creativiteit. Inmiddels is het een jaar geleden dat ik drugs heb gebruikt. Voor mij is het een leuke aanvulling op mijn leven, maar hoef ik het niet elke week in de Soos te gebruiken. 

Dat drugs genormaliseerd zijn in het dagelijks leven, hoef ik hier niet te vertellen. Soms is het wel jammer dat als je op een feestje staat met een flesje water er aan je wordt gevraagd hoe hard je gaat. Dan moet ik uitleggen dat sommige mensen daadwerkelijk gewoon water drinken op een feestje… In de Amsterdamse partyscene wordt er veel gebruikt, ik vraag me af of je dit nog wel als ‘recreatief gebruik’ kan bestempelen. Je moet ook sterk in je schoenen staan om niet af te glijden in die wereld. Waar dan precies de grens ligt, dat is een hele dunne lijn, no pun intended. 

Het probleem met drugsgebruik is dat het bijna niet uit te bannen is. Je kan er dan voor kiezen om het op zijn beloop te laten – waardoor mensen zoveel nemen dat ze ergens als een origami-vogel op de grond liggen te spartelen – of juist kiezen voor meer toezicht en voorlichting. In het nieuws lees je veel over de criminele aspecten die bij drugs komen kijken, zoals die ene keer dat er een aantal toeristen waren overleden doordat zij witte heroïne op straat hadden gekocht. Maar mensen moeten ook de positieve kanten van drugs zien. De eerste keer dat ik een pil had genomen, voelde ik een soort blokkade opgeheven, waardoor ik veel meer liefde voelde op sociaal vlak. Het is ergens jammer dat je daarover in de media niets leest.’