Skip to main content

Dekoloniseer het drugsbeleid

Waar ter wereld je ook bent, er is een vaste lijst van middelen die overal verboden zijn: speed, heroïne, MDMA en ja – ook cannabis. Die moleculen worden samen met een lijst andere zó gevaarlijk geacht, dat ze wereldwijd alleen voor ‘medisch en wetenschappelijk gebruik’ worden toegestaan. Dat is zo vastgelegd in verdragen van de Verenigde Naties.

Die drugsverdragen lijken nu hun beste tijd te hebben gehad, want steeds meer landen overtreden ze met hun cannabisbeleid. Maar er is nog een andere reden dat deze verdragen tegen het licht moeten worden gehouden: hun geschiedenis is doordrenkt met Europees en Amerikaans kolonialisme. 

Het beleid zoals we dat nu kennen is in 1908 bedacht door een Canadees-Amerikaanse bisschop op de Filipijnen: Charles Brent. Hij was als hoofdmissionaris gestationeerd in de armste wijken van Manila. Hij voelde zich begaan met het lot van de Chinese havenarbeiders en maakte zich zorgen over hun opiumgebruik.

Brent zat op de Filipijnen omdat dat land kort daarvoor was geannexeerd door de Verenigde Staten – bijvangst uit een oorlog met Spanje over Cuba. De Amerikanen wisten nauwelijks iets van hun nieuwe kolonie en ze gebruikten bisschop Brent als een moreel orakel. Brent moest rapport uitbrengen over de problemen op de Filipijnen.

Al eeuwenlang werd Zuidoost-Azië geteisterd door Europees kolonialisme. Twee oorlogen waren er in Azië al gevoerd over opium, dat door Britse en Nederlandse kartels werd gepusht in de havensteden rondom de Zuid-Chinese Zee. Toen China daar een einde aan wilde maken, verloor het de oorlogen, moest het Hong Kong afstaan aan de Britten, en stortte de driehonderd jaar oude Qing-dynastie in. Allemaal vanwege die opiumhandel, ja.

Charles Brent bedacht dat hij een heilige missie kon beginnen om de regio van opium te ontdoen. Hij reisde drie maanden door Zuidoost-Azië om te kijken hoe verschillende landen met opium omgingen. Het bleek dat bijna alle landen opiumgebruik toestonden en dat het regelmatig gedistribueerd werd door overheidsinstellingen. Verbanningen waren er alleen op lokaal niveau en soms mochten alleen Chinese havenarbeiders het gebruiken.

Wat opviel in zijn onderzoek, is dat Brent tientallen mensen heeft gesproken, maar niet één persoon die daadwerkelijk opium heeft gebruikt. Zo kon het misschien gebeuren dat hij tot de conclusie kwam dat opium – en misschien ook andere middelen – alleen nog maar voor ‘medisch en wetenschappelijk gebruik’ mocht worden toegestaan. Dat zou beter zijn.

De Amerikanen zouden de wereld kunnen ontdoen van het duivelse opiumsap en tegelijkertijd een diplomatieke hoofdrol kunnen opeisen op het wereldtoneel

Brent schreef aan de Amerikaanse president dat er veel morele ruimte te winnen viel: de Amerikanen zouden de wereld kunnen ontdoen van dit duivelse sap en tegelijkertijd een diplomatieke hoofdrol kunnen opeisen op het wereldtoneel. De Amerikaanse regering hapte. De Eerste Opiumconventie werd in 1909 gehouden en in 1912 werden de afspraken over opium bezegeld in Den Haag, een stad die zich toen al graag als internationale vredesstad wilde profileren. Brent was als hoofd van de Amerikaanse delegatie een sleutelspeler. Middelen met een risico zouden vanaf dat moment alleen worden goedgekeurd voor ‘medisch en wetenschappelijk’ gebruik – precies zoals hij het had bedacht.

Landen namen hun Opiumwetten aan terwijl in de VS zelfs ook alcohol werd verboden. Nieuwe criminele verbanden begonnen de handel over te nemen. En heroïne kwam als vervanging van morfine en opium op de markt, als legaal en zogenaamd minder schadelijk alternatief. Patronen in de War on Drugs die we tot de dag van vandaag zien.

De VS klopten de hele twintigste eeuw op de deur van andere landen om nóg strengere wetten aan te nemen, nóg harder op te treden tegen drugsbendes, nóg meer middelen op de zwarte lijst te zetten. De drugsverdragen zijn zo steeds verder uitgebreid.

Zeker nu de VS zelf een opstand kennen van staten die cannabis willen legaliseren, is het tijd om een streep te zetten door alle verdragen die uit dit koloniale verleden zijn voortgekomen. Nog altijd staan er voornamelijk middelen op de lijst die cultureel buiten de Westerse (Christelijke) boot vallen: cocabladeren, hallucinogene paddenstoelen en cannabis mogen niet, maar alcohol en tabak wel. 

De verdragen zijn inmiddels diplomatiek wisselgeld geworden en worden te pas en te onpas misbruikt voor politiek gewin. Houd ze tegen het licht van het gedrag van het Westen in de afgelopen twee eeuwen en de verdragen zijn moreel failliet. 

WIE IS THIJS ROES?

Thijs Roes is historicus en journalist met een focus op de toekomst van het drugsbeleid.

Leave a Reply