Skip to main content

‘Het is gevaarlijk spul, waar we onze jongeren voor moeten waarschuwen en tegen moeten beschermen.’ Dat waren de woorden van staatssecretaris Paul Blokhuis, als toelichting op het aangekondigde verbod op de nieuwe psychoactieve stof 3-MMC. Deze stof was relatief onbekend bij het grote publiek, tot er een reeks artikelen verscheen die het gevaar van de zogenoemde designerdrug belichtte. Ook artsen en onderzoekers doen steeds vaker research naar de relatief nieuwe substantie en monitoren de gevaren en effecten ervan. Als je echter googelt op 3-MMC, word je overvallen door een tsunami aan krantenartikelen, maar vind je vrijwel geen onderzoeksresultaten. Wat te doen als de retoriek de wetenschap overstijgt?

Tekst Isa Davids 

De retoriek rondom de status van drugs lijkt daarom politiek gekleurd, en de substantie zelf schijnt minder belangrijk te zijn dan het stigma eromheen

Onschuld 

Blokhuis beroepte zich onder meer op het idee dat de legale status van 3-MMC misplaatst zou zijn, omdat hierdoor de risico’s en gevaren zouden worden ondermijnd. Hij meent dat de beslissing tot verbod een uitkomst is van het geluid dat van experts komt, ondanks dat instituten als Trimbos en Jellinek op hun website aangeven dat er weinig tot geen onderzoek naar deze drug is gedaan, en je ‘je eigen proefkonijn’ bent wanneer je deze drug gebruikt. In zijn toelichting vertelt hij onder andere: ‘De legale status geeft deze drug een vals onschuldig imago, daar moeten we zo snel mogelijk vanaf.’ Deze veronderstelling, waarmee hij de naïviteit rondom deze drug bekritiseert, is echter even oud als het drugsdebat zelf en het discours hieromheen. Is het niet juist logisch dat we neutraal tegenover een drug staan waar we weinig vanaf weten?

Een aantal jaar geleden was er een vergelijkbare discussie over het gebruik van ecstasy.  Zo werd er in 2017 een artikel gepubliceerd door de NOS waarin werd  vermeld dat het Trimbos instituut het onschuldig imago van XTC onterecht acht. Een jaar eerder plaatste dezelfde omroep een artikel met de titel: ‘Praat iemand luchtig over XTC? Prik de ballon door’. Hierin werd onder andere gesuggereerd dat XTC voor jonge mensen het nieuwe alcohol is en dat de gevaren ervan worden gebagatelliseerd. Een opmerkelijke vergelijking, aangezien alcohol wel gelegaliseerd is. De retoriek rondom de status van drugs lijkt daarom politiek gekleurd, en de substantie zelf schijnt minder belangrijk te zijn dan het stigma eromheen. 

 

Fragment van het interview van Derrida, waarbij hij zijn mening gaf over drugs

Waar komt dit stigma dan vandaan? Derrida veronderstelt dat deze kritiek een uitkomst is van het Verlichtingsdenken, dat tijdens de achttiende eeuw prevaleerde. Het concept hiervan draait om de ratio, en zou later ook uitmonden in een nieuwe vorm van kapitalisme: het neoliberalisme. Volgens Derrida worden drugs gezien als een vlucht van het echte, wat moreel afgekeurd wordt. Drugs brengen je in een andere geestestoestand, die afwijkt van de realiteit en rede. Verder wordt er door het gebruik van drugs niets bijgedragen aan de maatschappij, in ieder geval niets van waarde, zoals men dit kwalificeert binnen de leer van het neoliberalisme. Dat vele artiesten en kunstenaars deze veronderstelling hebben weerlegd, heeft geen verdere invloed op het publieke debat. Verder is het vrij gebruik van stoffen die je geestestoestand veranderen de ultieme vorm van zelfbeschikking, waardoor handhaving en controle wordt gecompliceerd voor overheden. Dit zou impliciet de autoriteit van de staat kunnen beïnvloeden.

Hoewel de dood van Pepijn Remmers onbeschrijflijk tragisch is, is het geen excuus voor de overheid om verder onderzoek te verzaken en simpelweg een verbod voor 3-MMC in te voeren

Discours-wijziging

De retoriek lijkt sinds het interview van Derrida onveranderd. De media staan vol van artikelen over verslaafden, daterapes onder invloed van drugs en andere monsterverhalen die de ernst van drugsgebruik willen aankaarten. Op dit moment is 3-MMC de gebeten hond; het verhaal van Pepijn Remmers (14), die overleed aan een koolmonoxidevergiftiging terwijl hij aan de 3-MMC zat, verscheen in 43 verschillende kranten. Hoewel de tragiek van deze dood onbeschrijflijk is, is het geen excuus voor de overheid om verder onderzoek te verzaken en simpelweg een verbod in te voeren. Veel jongeren die de drug gebruiken, zeggen te gebruiken om verveling te bestrijden, of als een vorm van escapisme. Deze beweegredenen worden echter weggewuifd en in plaats van op zoek te gaan naar de oorzaken achter deze motivaties, wordt de opiumlijst weer aangehaald als de ultieme oplossing. Dat lost echter weinig op, drugs blijven, ondanks verboden. Zoals Laura Smit-Rigter van het Trimbos instituut aangaf: ‘Een verbod op 3-MMC gaat het kat-en-muisspel tussen producenten en de overheid niet beëindigen.’ 

De discussie rondom psychoactieve stoffen verdient meer diepgang en wetenschappelijke onderbouwing dan de angstcultuur die nu de overhand neemt. Zoals Derrida zei: ‘Het concept van “drugs” is een niet-wetenschappelijk, niet-neutraal concept.’ Laten we onderzoek weer laten domineren binnen het debat en de beklemmende retoriek elimineren. 

Bronnen: NRC, De Correspondent, NOS, Jellinek, Trimbos Instituut, Trouw 

Leave a Reply