Skip to main content

‘Ik hoop dat we in het komende kabinet meer progressiviteit wat betreft drugsbeleid mogen verwelkomen’

‘Ik was vroeger best rebels: op mijn vijftiende begon ik te experimenteren met drugs. Ik blowde veel, nam vaak XTC en soms wat 2C-B. Mijn ouders zijn gescheiden, daardoor woonde ik alleen met mijn moeder. Onze band was soms wat lastig en daar voelde ik me rot over. Terugkijkend op die fase deed ik het voornamelijk om m’n gevoelens te verdoven. Op het moment zelf deed het me ook echt goed, achteraf gezien besef ik dat het verdovende gevoel op de lange termijn niet zo veel teweeg zou brengen. Ik ben nu overigens wel blij dat ik er jong bij was, omdat ik nu het gevoel heb dat die periode achter me ligt, waardoor ik niet zo veel interesse meer heb in excessief drugsgebruik. Ik blow nooit meer en zeer zelden neem ik wat op een feestje. Ik ben het inmiddels de baas geworden.

Blowen mis ik niet, omdat ik daar altijd heel paranoïde van werd. Vroeger liep ik dan stoned over straat en keek ik constant over mijn schouder. Ik denk dat het scheve drugsbeleid in Nederland mijn angstgevoelens versterkte: ik was minderjarig, maar ook de wetenschap dat het illegaal was deed mijn trip niet goed. En dan zat je daar, in een schimmig parkje, vol spanning je jointje te roken, wetende dat de politie altijd een bezoekje kan komen brengen. Ons beleid zorgt echt alleen maar voor gevaarlijke situaties. Ik vrees alleen dat zolang Nederland blijft stemmen voor religieuze partijen we nooit een humaan drugsbeleid gaan krijgen. Ik hoop dat we in het komende kabinet meer progressiviteit mogen verwelkomen zodat we ons imago van ‘Nederland drugsland’ eindelijk waar kunnen maken.’