Skip to main content

Breng je punt met een kwinkslag en baseer je op de wetenschap: dat is dé manier om échte verandering in het drugsbeleid te bewerkstelligen, zegt voormalig preventiemanager van Jellinek Jaap Jamin.

Tekst Aron Friedman

Wie is Jaap Jamin?

‘Baas in eigen brein,’ ‘Recht op eigen roes’ en ‘Just say know’ – een greep uit de vele sprekende leuzen die Jaap Jamin (1953) samen met anderen bedacht als preventiemanager van Jellinek. In zijn 36 jaar bij de Amsterdamse verslavingszorginstelling maakte hij de heroïnegolf mee, de opkomst van cocaïne en die van XTC. Hij merkte hoe het progressieve drugsbeleid rond de eeuwwisseling ingeruild werd voor een repressievere koers, maar stopte nooit met strijden voor vrijheid om je geest te verruimen en anders te denken. Twee jaar geleden ging hij met pensioen. Zijn afscheidsspeech sloot hij af met de woorden: ‘Think for yourself, question authority and care about others,’ waarna hij werd geridderd in de Orde van Oranje Nassau.

Je zou Jaap Jamin geen 68 jaar geven. Met zijn lenige postuur en zijn spottende glimlach oogt hij even jongensachtig als in 2007, toen ik samen met hem brainstormde over een voorlichtingscampagne tegen zero tolerance op festivals. ‘Ik begrijp wel dat niet iedereen in deze stoel plaats durft te nemen,’ zegt hij, aangekomen in onze fotostudio. ‘Bij Jellinek zei ik altijd: alles wat je gebruikt, kan tegen je gebruikt worden. Wat je vaak ziet is dat mensen als ze jonger zijn vrijelijk spreken over hun hun drugsgebruik, maar zo gauw ze verantwoordelijkere banen krijgen, hoor je ze niet meer. Terwijl je in de strijd voor een progressiever beleid juist mensen met beslissingsbevoegdheid nodig hebt.’ 

Dat was deels ook waarom Jaap altijd bij Jellinek is gebleven. ‘Als ik het daarbinnen goed op orde had, sprak ik namens het instituut.’ Zo heeft hij veel kunnen betekenen voor een opener drugsdebat. Hij zette samen met de Universiteit van Amsterdam de Antenne op – een jaarlijkse wetenschappelijke survey naar middelengebruik onder jongeren en jongvolwassenen. En hij startte Unity, een project waarbij drugsvoorlichting op locatie wordt gegeven, voor en door liefhebbers van de nacht. Veel is er niet veranderd de afgelopen veertig jaar, vindt hij, maar toch een beetje. ‘Wat ik positief vind, is dat recreatief drugsgebruik redelijk genormaliseerd is. Het is voor jullie nu bijvoorbeeld makkelijker om mensen te vinden voor High Humans-confessies dan het twintig jaar geleden zou zijn. Maar als ik dan weer zo’n legaliseringsdebat voorbij zie komen, denk ik: we zijn toch ook weinig opgeschoten.’ 

De voorlichters van Unity op locatie. 

Kruisvaardersgedrag

Dat het traag gaat, heeft volgens Jaap verschillende redenen. ‘Zodra je religieus getinte politieke partijen hebt, krijg je meer antidrugs-kruisvaardersgedrag.’ Een andere reden is volgens hem het gebrek aan visie binnen de ambtenarij. ‘Ik ben veel ambtenaren tegengekomen in mijn dagen en er waren maar weinig helden bij. Meestal missen ze langetermijnvisie. Er was er eentje eind jaren negentig bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met langetermijnvisie, maar die ging op een gegeven moment weg. Wat er rond diezelfde tijd gebeurde: drugsbeleid is altijd een zaak geweest van twee departementen, VWS en Justitie en Veiligheid. VWS zat tot dan toe op de bok, maar toen werd ineens Justitie en Veiligheid leidend.’ Afhankelijk van de politieke kleur is er sindsdien meer of minder repressie. ‘Nu zit het CDA weer in de coalitie, dus dan is het weer zover.’ 

‘Zodra je religieus getinte politieke partijen hebt, krijg je meer kruisvaardersgedrag tegen drugs’

Jaap is ook teleurgesteld in de partijen die wel pleiten voor legalisering. ‘Ik heb één keer in mijn leven D66 gestemd, dat was nog tijdens Paars. Ze vonden dat cannabis gelegaliseerd moest worden en kregen toen ministers op Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid én Justitie. Nou, dat is dus mooi niet gebeurd. Dat komt omdat legalisering een van de eerste topics is die ingewisseld wordt bij de coalitie-onderhandelingen. Ze vinden het simpelweg niet belangrijk genoeg.’

Legendarische slogan van Jellinek. 

Angst voor het vreemde

Wat ook niet helpt bij een realistischer drugsbeleid, vindt Jaap, is de sterke antipropaganda: een dodelijke mix van moraliteit, misinformatie en angst voor het onbekende. ‘Je hoort mensen vaak zeggen: “Ik durf dat toch niet.” Ze zijn bang om los te laten en controle te verliezen. Ze overdrijven de risico’s en propageren dat drugsgebruikers iets missen in hun opvoeding of in hun hersenen. Ze doen geloven dat het gegarandeerd fout met je gaat zodra je eraan begint; dat je na een week verslaafd bent. Daar trekken ze dan tegen ten strijde.’ 

Ongehinderd vaak door enige wetenschappelijke onderbouwing, aldus Jaap. ‘Bij het coronabeleid wordt steeds geroepen: “Wij volgen de wetenschap!” Waarom dan niet bij dit onderwerp? Maar zodra het over drugs gaat, komen er zogenaamd ethische bezwaren om de hoek kijken. Het mag niet van God, of van iemand anders niet.’ Ook is Jaap niet onder de indruk van het argument dat de gebruiker verantwoordelijk is voor het ontstaan van milieudelicten en criminaliteit door XTC-productie. ‘Dan denk ik: het is gewoon omdraaien. De gebruiker heeft bloed aan zijn handen? Nee, jullie hebben bloed aan je handen. Je kan van mij als consument wel een crimineel maken, maar als jullie het als regering goed regelen, is dit allemaal niet aan de hand. Je moet gewoon de wet aanpassen.’ 

Keuzevrijheid is slecht geregeld in Nederland, vindt Jaap. ‘Als je kijkt hoe de overheid zijn burgers vertrouwt, is dat minimaal. Er zijn mensen die vinden dat kinderen van zestien al moeten mogen stemmen. Nu mogen ze op hun achttiende stemmen en hele racistische partijen kiezen, ze mogen auto’s besturen waarmee ze mensen kunnen doodrijden. Maar als je een eigen keuze wilt maken voor iets waarbij je de risico’s heel erg kunt beperken – mits je het geïnformeerd en veilig doet – dan gaat dat allemaal niet. Dat is ook wat mij altijd heel erg tegenvalt van de VVD. Ik ben geen VVD’er, maar wel een liberaal. Hun standpunten inzake het drugsbeleid gaan daar recht tegenin.’ Het heeft volgens hem ook ermee te maken dat mensen anders kunnen gaan denken van drugs. ‘Niet dat je telkens wanneer je iets gebruikt nieuwe niveaus van bewustzijn bereikt, maar toch zit er ook altijd een soort angst bij de overheid voor een revolutie van dwarsdenkers, eigenzinnigen en buitenbeentjes.’

‘Er zit altijd een soort angst bij de overheid voor een revolutie van dwarsdenkers, eigenzinnigen en buitenbeentjes’

Niet voor niets een middel

Jaap vindt dat drugs een positieve bijdrage aan zijn leven hebben geleverd. ‘Tot mijn negentiende heb ik geen alcohol gedronken, omdat ik dat een te aards middel vond. Ik was tot dan toe meer van de LSD en vooral van de cannabis. Toch was ik ook een verlegen jongen. In mijn studententijd ben ik gaan drinken, waardoor ik wat meer outgoing werd. Op een gegeven moment kon ik dat ook zonder dat ik wat op had. Hiermee leerde ik mezelf makkelijker te bewegen in groepen. Zo heb ik bijvoorbeeld ook van XTC aardig wat geleerd, en van LSD. Het enige middel waarmee ik echt de bocht door ben gegaan en waarmee ik gelukkig ben gestopt is tabak. En dat is eigenlijk ook een middel waar je geen moer van leert.’ 

Jaap noemt drugs niet voor niets middelen. ‘Een drug is nooit een doel, maar een middel om bepaalde ervaringen op te doen en luikjes bij jezelf open te zetten waarmee je stappen kunt zetten.’ Het wordt pas problematisch als je niet meer varieert, zegt hij. ‘Als je voor je ontspanning op een gegeven moment alleen maar alcohol gebruikt en niet ook eens masturbeert of naar de film gaat, creëer je een probleem. Als gebruik een onderdeel blijft van een palet is er weinig aan de hand. Iets kan een bepaalde periode in je leven de overhand nemen, maar als je dat weer gladstrijkt is dat oké.’ De meeste mensen die drugs nemen, zegt hij, zijn functionerende burgers die een bijdrage leveren aan de maatschappij. ‘Die spreken jullie nu allemaal, de mensen waar het normaal mee is gegaan.’

‘Een drug is nooit een doel, maar een middel om bepaalde ervaringen op te doen en luikjes bij jezelf open te zetten’

 

Toch is er – zoals ook blijkt uit sommige High Humans confessies – ook een kleine groep waarbij het wél misgaat. Juist voor die groep is een open drugsdebat cruciaal, vindt Jaap. ‘Middelen gebruiken als oplossing voor een probleem vergroot een probleem alleen maar. En verheimelijking van drugsgebruik is ook de sleutel voor een probleem. Dan kun je namelijk geen regels en normen stellen met elkaar. Met alcohol gaan mensen ook de bocht door, maar je hebt met elkaar wel codes wat je wel en niet doet en dat vermindert misbruik. Als een ander middel niet bespreekbaar is, kun je die codes ook niet ontwikkelen. Behalve misschien met je vriendengroepje, waar je misschien al te ver mee gaat.’ 

Geen verbeten strijder

In zijn afscheidsspeech van 2018 schetste Jaap een mooi toekomstbeeld: ‘Een wereld waarin de overheid zijn burgers vertrouwt en écht eigen keuzes laat maken, genotmiddelen niet demoniseert en omstandigheden schept waarin consumptie met zo weinig mogelijk risico’s mogelijk is. Waar de consument een smart user is, die het genot maximaliseert, de eigen gezondheid monitort en de risico’s tot het minimum reduceert. Als het een periode toch een beetje uit de hand dreigt te lopen dan herstelt hij dat zelf weer. Met op de achtergrond een beschaafd zorgsysteem dat de weinige doorzakkers helpt weer volledig mee te doen.’ 

Leave a Reply