Skip to main content

‘In mijn hart ben ik boeddhist, ik mediteer sinds mijn 44e’

‘Een vriendin vertelde mij dat je sneller in een verruimd bewustzijn komt als je ayahuasca drinkt. Dat wilde ik wel meemaken. Elf jaar geleden nam ze me mee naar de Santo Daime kerk en het klopte. Ik had visuele voorstellingen van prachtige gebouwen en ervaarde synesthesie: ik zag de muziek en proefde de kleuren. De hemel ging open, het was schitterend.

Ik was verrukt van de sfeer in de kerk en ben lid geworden. Ayahuasca is een verrijking van mijn meditatiebeoefening: beiden openen je bewustzijn. Ik richt mijn bewustzijn vervolgens op de aardse werkelijkheid en observeer bijvoorbeeld mijn relaties met mensen om mij heen, of wat er in de wereld gebeurt. Onder invloed van ayahuasca kan ik deze dingen helder zien.

Aanvankelijk was ik onzeker over het gebruik van middelen. Als boeddhist, maar zeker ook als rechter vroeg ik mij af: zijn dit wel de juiste voertuigen? Maar die onzekerheid is weggevallen. Ik beschouw entheogenen als prachtige middelen die ons kunnen helpen op onze levensweg.

Het is daarbij wel belangrijk om het contact met de werkelijkheid nooit te verliezen. Hoe hoog je ook stijgt, laat dat contact niet los. En vraag jezelf steeds af: wat dient in deze situatie het welzijn van alle wezens? Onjuist gebruik kan je ook naar de hel sturen.

Inmiddels ben ik geen lid meer van de kerk, vanwege een conflict over de juridische stappen die we wilden nemen, nadat de Hoge Raad een jaar geleden bevestigde dat ook kerkelijk gebruik van ayahuasca in Nederland verboden is. Ik drink nog wel af en toe ayahuasca, of ik neem truffels of een paar THC-druppels. Dan sta ik heel vroeg op en mediteer ik urenlang.

Het huidige drugsbeleid zou ik graag anders zien. Door drugs in de illegaliteit te drukken speel je criminele organisaties alleen maar in de hand. Dat DMT op de Opiumlijst staat, was indertijd een politieke keuze. Het zou beter zijn om middelengebruik op wetenschappelijke basis te reguleren. Kijk bijvoorbeeld naar het WODC-rapport dat drugs rangschikt op basis van relatieve schade. Alcohol, nicotine en heroïne staan bovenaan.

Het is helaas lastig om middelen van de Opiumlijst af te halen. Daarom stel ik een meer pragmatische oplossing voor: laat het Ministerie van Volksgezondheid gericht ontheffingen verlenen op grond van de Opiumwet. En toets daarbij louter op volksgezondheid. Kijk naar elke afzonderlijke situatie en stel passende voorwaarden. Bij wetenschappelijk onderzoek gelden andere voorwaarden dan in een medische, therapeutische of religieuze setting. Deze oplossing is niet ideaal – want je geeft veel gezag aan een overheidsinstantie – maar wel haalbaar. In Canada en Uruguay bestaan al dergelijke constructies.

De vrijheid van religie, waar de Santo Daime kerk zich eerder op beriep, is geen goede grond meer voor legalisering. Te veel clubs en sekten beroepen zich tegenwoordig op dit mensenrecht. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens laat de toetsing daarom over aan de hoogste nationale rechters. Wel naar het Europese Hof gaan, zoals de kerk heeft gedaan, leidt tot negatieve consequenties voor vergelijkbare religies in heel Europa.’