
‘Toen de Amerikanen de gevolgen van de drooglegging inzagen, gaven ze alcohol vrij. En wat gebeurde er? Niks. Mensen dronken geen druppel meer. Eerder minder. En de criminelen? Ja, die waren er nog. Die gingen over op de handel van andere verboden genotsmiddelen, zoals cocaïne’
‘Ik zou willen dat de handel in drugs volledig vrijgegeven wordt. Iedereen die drugs wil hebben, moet drugs kunnen krijgen of kopen. Want het verbod op drugs, of een verbod op wat dan ook, creëert criminelen. Hetgeen je verbiedt, wordt overtreden en de overtreder is een crimineel. Een verbod is een beperking van de vrijheid en vrijheid willen mensen niet kwijt. Veel mensen krijgen door een verbod zelfs een drang om te overtreden. Verboden vruchten zijn immers het lekkerst. Hoe meer je verbiedt, hoe meer criminelen je dus creëert. Natuurlijk zijn er grenzen. Je moet mensen blijven verbieden elkaar de hersenen in te slaan. Maar daarin schuilt ook geen vrijheidsbeperking: in principe hebben mensen juist niet de drang om elkaar de hersenen in te slaan, want we zijn kuddedieren.
Ik gebruik zelf geen drugs, omdat het niet is vrijgegeven en er dus ook geen bescherming is vanuit bijvoorbeeld de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Er is daardoor veel slechte kwaliteit in omloop. Mocht ik zelf ooit een doosje XTC-pillen willen kopen, dan wil ik daar een bijsluiter met de eventuele neveneffecten bij. Anders zou ik het niet kopen. De enige zorg die ik ook heb wat het drugsgebruik van mijn kinderen betreft, gaat om de kwaliteit van de drugs die zij gebruiken. Er is geen controle over, dus ze zijn kwetsbaar.
De vergelijking met de Amerikaanse drooglegging vind ik heel treffend. In de laboratoria waar toentertijd sterke drank werd gemaakt, werd de kwaliteit ook niet gewaarborgd. Er kwam alcohol op de markt waar sommige mensen aan doodgingen. Bovendien gingen mensen juist meer drinken, want zo werkt een verboden vrucht op de menselijke geest, én nog meer maken. Er ontstond een gigantisch crimineel netwerk waarin drank werd verhandeld. Toen de Amerikanen deze gevolgen van de drooglegging inzagen, gaven ze alcohol vrij. En wat gebeurde er? Niks. Mensen dronken geen druppel meer. Eerder minder. En de criminelen? Ja, die waren er nog. Die gingen over op de handel van andere verboden genotsmiddelen, zoals cocaïne. Het huidige drugsnetwerk is veelal een verlenging van het netwerk dat alcohol distribueerde.
Wat ik interessant vind om over na te denken is: als je drugs nu vrijgeeft, wat gaan de criminelen dan doen om snel en gemakkelijk grof geld te verdienen? Het zou goed kunnen dat de criminaliteit van de drugswereld zich verplaatst naar de digitale wereld. Naar hacken, bijvoorbeeld. Ik zou graag zien dat de klauwen vol met geld die het de overheid kost om drugscriminelen te achtervolgen, uitgaat naar zaken waar de maatschappij wél belang bij heeft. Zoals cybersecurity. Of de gezondheidszorg.
Of ik zelf interesse heb in drugs? Neuh. Ik woon in de Caraïben. Vanaf mijn veranda kijk ik uit op twee oceanen en het hoogste punt van het Koninkrijk der Nederlanden: Mount Scenery. Ik vind het leven prima zo.’




