Skip to main content

‘Ik denk dat we, naarmate we ouder worden, steeds meer naar cynisme kunnen gaan neigen. Psychedelica zijn mijn manier om af en toe de reset-knop in te drukken en mezelf te herinneren aan de lichtvoetigheid van het leven’

‘Mijn eerste drugservaringen waren op de universiteit in de UK, toen ik 18 jaar oud was. Het was een vrij doorsnee soort van inwijding: in een club, je krijgt een pil aangeboden en je hebt een geweldige tijd. Maar door de omgeving waarin dit gebeurde, was het nou niet per sé heel verlichtend.  

Terugkijkend op die eerste ervaringen wist ik eigenlijk niet zo goed waar ik mee bezig was. Ik had geen scholing gehad in drugs, of hoe ze me ten goede zouden kunnen komen. Niemand had me uitgelegd: wat neem je tot je? Wat kan het met je doen? Wat zijn de gevaren van te veel nemen? Ik groeide op in een samenleving waarin drugs gecriminaliseerd werden, wat het schier onmogelijk maakte om er eerlijk over te praten.

Mijn eerste psychedelische reis was met ayahuasca, tijdens een retreat in de Peruaanse bergen. Het was een erg gereguleerde omgeving met een psycholoog en een sjamaan, die de substantie toediende volgens oeroude rituelen. Ik heb veel waardevolle inzichten gekregen door die ervaring. Sindsdien neem ik een paar keer per jaar psychedelica. Ik denk dat we, naarmate we ouder worden, steeds meer naar cynisme kunnen gaan neigen. Psychedelica zijn mijn manier om af en toe de reset-knop in te drukken en mezelf te herinneren aan de lichtvoetigheid van het leven.

Veel mensen hebben negatieve opvattingen over drugs. Ik kom er voor uit dat ik drugs gebruik op dezelfde manier waarop veel anderen alcohol gebruiken. Daarnaast eet ik gezond, ik sport regelmatig en ik heb een aantal succesvolle ondernemingen. Als mensen vinden dat mijn drugsgebruik mij op wat voor manier dan ook inferieur maakt, denk ik dat dit meer zegt over hun bekrompenheid dan over mij.

Ik hoop op een maatschappij waarin iedereen zijn bewustzijnsvrijheid kan uitoefenen – zonder dat er meteen een oordeel wordt geveld – waardoor we misschien eindelijk een open dialoog kunnen voeren.’