Skip to main content

‘Als ik minister Grapperhaus hoor zeggen dat de drugsgebruiker bloed aan zijn handen heeft, denk ik: als je op die manier een gesprek aan wilt gaan, is het eigenlijk al een monoloog’

‘Ik heb zowel recreatieve als therapeutische ervaringen met drugs. Het recreatieve gebruik ervan heeft me heel veel plezier gebracht. En door therapeutisch gebruik met medicinale middelen heb ik mezelf veel beter leren kennen. Dat heeft me uiteindelijk heel veel vrijheid gebracht.

Ik vind het belangrijk om een geluid te laten horen. We leven in een tijd leven waarin vrijheid en autonomie erg belangrijk zijn. De vrijheid om geestverruimende middelen te gebruiken gaat me aan, omdat ik de meerwaarde ervan ken. Het is een onderwerp dat veel kanten heeft. Ook een negatieve kant, omdat er vaak niet goed mee omgegaan wordt. Dat komt vooral doordat er geen goede informatie gegeven wordt en er een groot taboe op ligt. Maar het kan zo’n verrijking zijn in je leven, dat ik het belangrijk vind om er mijn mond voor open te trekken.

Het zou beter zijn als er geen taboe op drugs rustte en je gewoon tijdens het stappen naar een tentje kon voor voorlichting en testen. Belachelijk dat dat afgeschaft is; vroeger kon dat namelijk wel. Ik vermoed dat als drugsgebruik meer out in the open komt, het verlangen en de hang ernaar gaan veranderen. Er is zelden zo’n hoog percentage alcoholisme geweest in Amerika als tijdens de drooglegging. Omdat er een taboe op rustte, ging iedereen zelf brouwen.

Als ik minister Grapperhaus hoor zeggen dat de drugsgebruiker bloed aan zijn handen heeft, denk ik: als je op die manier een gesprek aan wilt gaan, is het eigenlijk al een monoloog. Er is namelijk geen openheid om daar nog goed antwoord op te geven. Er moet vanuit een hele andere invalshoek naar drugs gekeken worden, dan die van de minister – eentje zonder projecties of oordelen.’