Skip to main content

‘In mijn ogen leef ik met meer diepgang dan “normale mensen”, dankzij onze nachtcultuur’

‘Op mijn achttiende bezocht ik mijn eerste technofeestje. Er ging een wereld voor me open: deze muziek, iedereens openhartigheid en dat saamhorigheidsgevoel had ik nooit ervaren tijdens uitgaan op het Leidseplein. Hier hoorde ik thuis. Een paar feestjes later begon ik met XTC en begreep ik het beter: als alles fijn voelt, durft iedereen zichzelf te zijn.

Later kwamen daar afters bij, waar we bij iemand thuis onder invloed de beste gesprekken hadden. In deze nieuwe party vriendengroep durfden we te praten over gebeurtenissen uit onze jeugd en filosofeerden we over de wereld, het leven en de liefde. Zo werden party vrienden echte vrienden, die ik in het ‘normale leven’ ook zag. Dit gelijkgestemden-netwerk breidde zich steeds verder uit. Ik ging bij feestorganisaties meehelpen organiseren, koos een HBO Eventmanagementstudie, liep stage bij een groot festival en leerde mijn huidige bedrijfscompagnon kennen.

Omdat ik dit pad heb gekozen en nu zelf feesten organiseer, kan ik ervoor uitkomen dat ik wel eens drugs gebruik. Ik ken veel meer mensen die dat zouden willen, maar voor hen zou dat gevolgen hebben omdat ze bijvoorbeeld steward zijn of in de politiek werken. Waarom worden recreatief drugsgebruikers zo veroordeeld? Waarom moet je vrezen voor je baan als iemand erachter komt hoe jij je vrije tijd besteedt? Het lijkt wel alsof plezier maken of jezelf laten gaan gezien wordt als iets ‘wat niet hoort’. Alsof nog steeds iedereen gelooft dat je je moet inhouden in het leven, omdat je anders in de hel komt.

Ik denk dat recreatief drugsgebruikers geen bedreiging vormen, maar juist een hele nodige toevoeging voor de samenleving zijn. Wij zijn geen verslaafden. We leiden een ‘normaal’ leven en in het weekend gaan we los, daardoor voelen we ons goed. In mijn ogen leef ik met meer diepgang dan “normale mensen”, dankzij onze nachtcultuur.’