Skip to main content

Freelancejournalist en schrijver Wietse Pottjewijd publiceerde onlangs met zijn vriend en compagnon Philippus Zandstra het boek XTC, een biografie. Jarenlang deed het tweetal onderzoek naar het culturele fenomeen XTC, een inmiddels in Nederland ingeburgerde pil. Hij legt uit hoe de houding van de politiek door de jaren heen is veranderd, geeft voorbeelden van het gefaalde repressiebeleid en vertelt over zijn eigen band met XTC.

Tekst Aron Friedman

HH: Wat was de aanleiding om ‘XTC, een biografie’ te schrijven?

Wietse: ‘Wij zagen op festivals een verschuiving, waarbij het nachtprogramma steeds belangrijker werd en XTC-gebruik steeds normaler. We vonden dat een interessant gegeven en beseften dat er nog nooit een boek was geschreven over XTC als cultureel fenomeen. Toen we echt in dat verhaal doken, werden we ontzettend enthousiast. We gingen op zoek naar alle ooggetuigen, met de vraag: wat het zegt over ons als Nederlanders dat het pilletje hier zo groot is geworden?’


Ben je gaandeweg tot nieuwe inzichten gekomen?

‘Ik ben bepaalde dingen wel beter gaan begrijpen. Als je kijkt naar het verbod op XTC in 1988 vraag je je af: waarom is dat verbod destijds ingevoerd en waarom is er daarna heel lang niks mee gedaan? Dat had te maken met heroïne, een verwoestende drugsepidemie in die tijd. XTC leverde veel minder problemen op dus werd het een aantal jaar met rust gelaten door de politie. Zo heeft XTC tot de vroege jaren ‘90  onder de radar kunnendoorgroeien. Pas daarna kwam de overheid erachter dat de productie in handen lag van criminele organisaties. Toen was het eigenlijk al te laat voor repressie.’

Is die repressie in Nederland succesvol geweest?


‘In de War on Drugs is het nooit zo geweest dat repressie echt tot succes leidde. Er was wel een Koninginnedag in 2009 waarop er nauwelijks meer XTC te krijgen was in Nederland, omdat de uit China afkomstige grondstof PMK succesvol werd drooggelegd. Maar daardoor kwamen er alleen maar vervuilde pillen op de markt, wat meer druk legde op de volksgezondheid.

Bovendien kwamen ze in China al gauw op het idee om PMK-glycidaat te produceren – een stof die wel legaal is en die je in Nederland makkelijk kunt omzetten naar PMK. Hierdoor kwam er een extra schakel in het productieproces, wat niet alleen meer werk opleverde voor de Nederlandse criminelen, maar ook zorgde voor een enorme toename van drugsafval. De repressie destijds heeft er dus onbedoeld toe geleid dat we nu met meer problemen zitten.’

 

Fotografie door Titia Hahne

Nederland was in de jaren negentig koploper qua progressief drugsbeleid. Hoe kan het dat we nu links en rechts worden ingehaald?


‘Officieel zijn er twee departementen bij het drugsbeleid betrokken: Volksgezondheid en Justitie. In de jaren tachtig en negentig was Volksgezondheid vaak leidend, waarbij het bewaken ervan het belangrijkste doel was. Het beste voorbeeld van het pragmatische beleid dat daaruit voortkwam was het heroïnebeleid. Wij gingen schone spuiten en methadon verstrekken, waarmee we het probleem niet oplosten, maar wel zo goed mogelijk behandelden. Je ziet nu dat de junkie langzaam uitsterft. Dat was wereldwijd vooruitstrevend beleid.  

Er zijn veel redenen waardoor we dat pragmatisme kwijtraakten. Wat zeker heeft meegespeeld: eind jaren tachtig werkten bij Volksgezondheid mensen met ontzettend veel dossierkennis die ook heel lang op een functie bleven zitten – waaronder ook topambtenaren gespecialiseerd in drugsbeleid. Tijdens de jaren negentig veranderde dat. Er kwam een carrouselsysteem, waarbij mensen sneller van functie wisselden. Daarmee ging ontzettend veel kennis verloren, inclusief de langetermijnvisie. Het drugsbeleid werd opportunistischer.

Rond de eeuwwisseling kwam er ook een tijdgeestverandering. Het idee van Nederland als tolerant land, waarin veel kan en mag, werd in het negatieve getrokken: alles lief en aardig, maar we moesten ons wel aan de regels houden. Dankzij de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de politieke moorden op Fortuyn en Van Gogh werd de roep om veiligheid groter. Je hoorde ineens kreten als: “Meer blauw op straat!” Dat zag je ook terug in het drugsbeleid. In die tijd zijn ook de drugstesten op festivals afgeschaft. De gebruiker werd harder aangepakt, er kwam zero tolerance op evenementen. Wat uiteindelijk niet leidde tot minder gebruik, waarna dat beleid ook weer is afgezwakt.’

‘JE ZIET NU DAT DE JUNKIE LANGZAAM UITSTERFT’

Scoren krachtpatsers ook niet beter in de politiek?

‘Zeker, het is een heel makkelijk statement voor de minister van Justitie om te zeggen: “We gaan de drugscriminaliteit harder aanpakken!” Daarmee kun je heel daadkrachtig overkomen. Tegelijkertijd heb je ook partijen als GroenLinks en D66, die zeggen dat er een ander drugsbeleid moet komen. Maar dat zeggen ze wel op een moment dat er niet zo veel op het spel staat; als de knikkers echt worden verdeeld, spreken ze er niet meer over. Blijkbaar vindt geen enkele partij het belangrijk genoeg om het drugsbeleid écht te veranderen.’

Bij High Humans strijden we voor decriminalisatie en legalisering. Hoe kunnen we onze strijd het beste voeren?


Dat vind ik een moeilijke vraag. Wat heel fijn zou zijn – en dat is ook waarom ik hier aan meedoe – is als het stigma rondom drugsgebruik verdwijnt. Wat ik een mooi voorbeeld vind is een essay uit 2009 van David Nutt, een neuropsychofarmacoloog die veel onderzoek heeft gedaan naar drugsbeleid en een tijdlang de Britse regering adviseerde. Zijn paper ging over wat hij ‘equasy’ noemde, iets dat hij als een nieuw verschijnsel presenteerde.

Bij het lezen van dat essay denk je in eerste instantie dat hij het heeft over een nieuwe drug. Hij omschrijft wat de gevaren zijn: er zijn ongelukken, sterfgevallen, mensen lopen hersenschade op. Dan betoogt hij dat equasy op lijst 1 van verboden middelen moet komen. Maar helemaal aan het eind van het paper kom je erachter dat hij het eigenlijk over paardrijden heeft. Wat hij daarmee wilde aantonen is dat XTC net zo schadelijk kan zijn als paardrijden en dat als je het stigma daaromheen wegneemt, je er heel anders naar gaat kijken. 

Maar ja, die verandering teweeg brengen gaat dus top-down niet lukken. Dat zien we wel aan de politiek. Maar bottom-upinitiatieven – zoals die van High Humans – hebben misschien wel kans van slagen. Het is trouwens een bredere ontwikkeling, want in Engeland zie je ook dat er Drug Reform-groepen zijn met wetenschappers die publicaties schrijven over hoe je drugsbeleid anders kan voeren. Kennis is er wel, maar die moet naar boven zien te komen en daarvoor moet eerst draagvlak ontstaan.’

‘DAVID NUTT TOONDE AAN DAT XTC NET ZO SCHADELIJK KAN ZIJN ALS PAARDRIJDEN EN DAT ALS HET STIGMA DAAROMHEEN WEGNEEMT, JE ER HEEL ANDERS NAAR GAAT KIJKEN’

Waar zie je XTC over vijf jaar of tien jaar?


Dit is natuurlijk een hele rare tijd. Het nachtleven ligt compleet stil, de festivals zijn er niet. Rioolwateronderzoek toont aan dat het gebruik hier sterk afneemt. Maar XTC heeft inmiddels wel bewezen dat het niet zomaar zal verdwijnen. Er komen ook nieuwe, gevaarlijkere drugs in omloop. 


Je moet niet vergeten dat er een hele evolutie is geweest in de Brabantse drugslabs. In dezelfde keet waar eerst illegale jenever werd gestookt, werd later speed geproduceerd en weer later XTC. Door corona is de markt verstoord, want voor XTC-consumptie zijn feesten nodig. Zo’n producent gaat natuurlijk naar nieuwe markten op zoek. Je ziet al dat veel van hen de overstap maken naar het produceren van crystal meth. In Nederland is daar nog niet zo’n vraag naar, maar wel in Oost-Europa. Ik hoop niet dat zo’n ziekelijk verslavend middel in de plaats gaat komen van XTC.

Aan de andere kant zie je ook dat XTC terugkeert naar zijn oorsprong van therapeutisch gebruik. In de VS is MDMA goedgekeurd als medicijn voor psychotherapie. In Nederland zijn we ook bezig met proeven op veteranen met PTSS. Ik denk dat daar meer de nadruk op zal komen te liggen in de komende jaren.’



journalisten Philippus Zandstra en Wietse Pottjewijd (rechts). Fotografie door Titia Hahne

Wat is jouw eigen relatie met XTC? 


‘Ik groeide op in Hardenberg, waar voornamelijk een drinkcultuur heerste. In Amsterdam leerde ik XTC kennen, wat veel beter bij me past. Ik gebruik het af en toe omdat ik me erdoor verrijkt voel. Met een pil op kun je niet alleen jezelf meer openstellen, maar ook banden aanhalen en vriendschappen verdiepen.

Mijn geliefde is afgelopen jaar overleden. Ze heeft lange tijd in het ziekenhuis moeten liggen, waar op haar kamer een whiteboard hing voor kaartjes en fotoherinneringen. Als je kijkt wat voor foto’s we daar hadden opgehangen… het zijn niet de momenten dat je op je werk achter de computer zit of met een glaasje jus op de bank; het zijn de momenten dat je op een festival bent met vrienden.

Dat deed mij beseffen: dat zijn de momenten die uiteindelijk op het whiteboard van je leven komen. We willen dat nog weleens onderwaarderen, maar ik ben het juist meer gaan waarderen. Het is niet zo dat je alleen door MDMA heel goede vriendschappen krijgt, maar de herinneringen die je ermee creëert zijn wel het soort momenten waar het in je leven écht om draait.’

WIE IS WIETSE POTTJEWIJD?

Wietse Pottjewijd (1986), woonachtig in Amsterdam en opgegroeid in Hardenberg, is een freelancejournalist. Hij schrijft verdiepende verhalen over sub- en drugsculturen, en verkent graag de grenzen van de wet. Nadat hij een fotografiecursus had voltooid ging hij journalistiek studeren aan Windesheim. Aan de NIMAR in Marokko heeft hij zichzelf ondergedompeld in de Arabische taal en cultuur. Hij heeft onder andere gewerkt voor de Volkskrant, Eenvandaag en Vice Media Benelux. Zijn eerste boek: XTC: Een Biografie is uitgegeven door Singel Uitgeverijen.  

Leave a Reply