Skip to main content

‘Een joint roken is voor mij hetzelfde als tandenpoetsen’

‘Ik ben opgegroeid in een klein dorp waar eigenlijk niet veel te beleven valt. Om de dagelijkse sleur wat spannender te maken, gebruikten veel jongeren drugs. Voor ik het wist rookte ik mijn eerste jointje; ik was net dertien jaar oud. 

Een jaar later, op mijn veertiende, gebruikte ik voor het eerst speed. Ik was samen met mijn allerbeste vriendin. Zij had destijds een oudere vriend, die van alles gebruikte. Op een avond zaten we samen bij hem in de auto. Op het dashboard lag een leeg cd-hoesje met drugs erin. Mijn beste vriendin wilde het graag proberen. Ik dacht er eigenlijk niet bij na en nam ook een lijn. Ik wilde dat moment samen met haar meemaken. 

Later kwam ik op een keerpunt. Ik was vijftien en ik besloot XTC-pillen te nemen. Ik heb dat toen direct vier dagen achter elkaar gedaan. Ik kwam in een diepe put en geloof tot op de dag van vandaag dat ik een psychose heb gehad. Ik besloot afstand te nemen van harddrugs, maar mijn jointje wilde ik niet laten liggen. Cannabis zorgt ervoor dat ik rust en structuur in mijn hoofd kan creëren. Ik heb zware ADHD en zonder mijn joint zijn dagelijkse taken vrijwel onmogelijk door de chaos in mijn hoofd. 

Naarmate ik ouder werd, ging ik steeds meer naar illegale feesten. Uiteindelijk besloot ik opnieuw XTC-pillen te gebruiken. Voorheen leefde ik erg vanuit mijn eigen perspectief. Ik dacht alleen vanuit mijn eigen normen en waarden, en ik kon me slecht in anderen inleven. De sociale werking van drugs brachten me aan de praat met mensen waar ik anders nooit mee in gesprek zou zijn geraakt. Ik raakte geobsedeerd door de verhalen van anderen. Ik stond er dan ook om bekend dat ik tijdens feestjes de hele avond met ‘vreemden’ in gesprek was. Het heeft mij laten inzien dat er meer is dan mijn visie. Ik ging er zo vanuit dat ik altijd vanuit de wensen van een ander moest functioneren. Ik moest voldoen aan de eisen van de wereld om mij heen. Ik leefde volledig volgens de regels van onze maatschappij, terwijl ik mij hier als persoon niet in kon vinden. Dat inzicht had ik nooit gekregen zonder een duwtje in de goede richting. Dat duwtje gaf drugs mij. 

Voor mij is het roken van een jointje hetzelfde als tandenpoetsen. Ik doe het elke dag en het hoort bij mijn ritme. Ik besef heel goed dat mensen hier een mening over zullen hebben. Voor mij is het enige dat telt dat ik kritisch blijf op mijn eigen drugsgebruik. Zolang ik mijn jointje niet rook om gevoelens weg te stoppen, weet ik dat het oké is.’